Curriculumspiegel 2017107725-4-2018 13:56:0830htmlFalseaspxDe Curriculumspiegel 2017 biedt een overzicht van en inzicht in de belangrijkste curriculaire ontwikkelingen, knelpunten en uitdagingen rond vakken en generieke inhoudelijke thema's. Met de Curriculumspiegel wil SLO iedereen - inclusief zichzelf - die vanSLO Duiding2017Elvira Folmer;Annette Koopmans;Wilmad Kuiper<div aria-labelledby="ctl00_PlaceHolderMain_ctl29_label" style="display&#58;inline;"><div>De Curriculumspiegel 2017 biedt een overzicht van en inzicht in de belangrijkste curriculaire ontwikkelingen, knelpunten en uitdagingen rond vakken en generieke inhoudelijke thema's. Met de Curriculumspiegel wil SLO iedereen - inclusief zichzelf - die vanuit praktijk, beleid, wetenschap en maatschappij zijn of haar steentje bijdraagt aan goed onderwijs in Nederland een spiegel voorhouden.&#160;<br>&#160;</div><div>Deze tweede editie verschijnt op een moment dat een inhoudelijke herijking van het curriculum in het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs in het middelpunt van de belangstelling staat. De inhoud van deze Curriculumspiegel kan inspireren en ondersteunen bij de complexe curriculaire knopen die daarbij moeten worden doorgehakt. </div><div><br> De Curriculumspiegel 2017 omvat zestien hoofdstukken. In de eerste zeven hoofdstukken komen de volgende generieke thema's aan de orde&#58;</div><ul><li>ruimte, richting en ruggensteun;</li><li>curriculaire samenhang;</li><li>maatwerk;</li><li>curriculum en toetsing; </li><li>curriculum en ICT;</li><li>schooleigen curriculumontwikkeling; </li><li>maatschappelijke vorming.</li></ul><p>In de daarop volgende negen hoofdstukken staan vakgebieden centraal. Al deze bijdragen bestaan uit samenvattingen van vakspecifieke trendanalyses.&#160;In hoofdstuk&#160;12 vindt u de samenvatting van&#160;de Vakspecifieke trendanalyse Natuur en Techniek. </p></div><p>​</p>
Wetenschap & technologie in het basis- en speciaal onderwijs. 309925-4-2018 13:56:0895htmlFalseaspxDe componenten houding, vaardigheden en kennis vormen de basis voor het leerplankader W&T. De houding is beschreven in gedragsindicatoren. De vaardigheden onderzoeken en ontwerpen zijn uitgewerkt tot leerlijnen met subvaardigheden...SLO Duiding2016Beker, T.;Marja van Graft;Martin Klein Tank<p>​​​​De componenten houding, vaardigheden en kennis vormen de basis voor het leerplankader W&amp;T. De houding is beschreven in gedragsindicatoren. De vaardigheden onderzoeken en ontwerpen zijn uitgewerkt tot leerlijnen met subvaardigheden&#58;</p><ul><li>observeren en meten</li><li>bronnen, materialen en gereedschap gebruiken</li><li>denkwijzen hanteren</li><li>reflecteren, waarderen en oordelen</li></ul><p>De kenniscomponent is beschreven in samenhangende begrippen.<br>Hoewel deze componenten in de onderwijspraktijk moeilijk zijn te scheiden, zijn ze in het leerplankader in aparte paragrafen op hoofdlijnen beschreven. Tevens is een hoofdstuk toegevoegd over W&amp;T in de onderwijspraktijk. <br>Het leerplankader dient als uitgangspunt voor de opleiding tot leraar basisonderwijs bij de uitwerking W&amp;T op de pabo. Methodeontwikkelaars en organisaties en bedrijven met een aanbod voor leerlingen basisonderwijs, kunnen dit leerplankader en de leerlijnen gebruiken als richtinggevend document bij de ontwikkeling van hun aanbod.</p>Pdf-bestand
Afstemming Wiskunde Natuurkunde1367725-4-2018 13:56:08254htmlFalseaspxDe werkgroep Afstemming wiskunde- natuurkunde heeft acht thema’s uitgekozen die van belang zijn voor de samenhang tussen de beide vakken. Bij elk van deze thema’s zijn aanbevelingen geformuleerd.SLO Duiding2015Jos Paus<p>​​Als onderdeel van de SLO-projecten Coördinatie invoering nieuwe examenprogramma's natuurwetenschappelijke vakken en Coördinatie invoering nieuwe examenprogramma's wiskunde heeft SLO een werkgroep Afstemming wiskunde-natuurkunde tweede fase ingesteld. De werkgroep heeft acht thema’s uitgekozen die van belang zijn voor de samenhang tussen de beide vakken. Bij elk van deze thema’s zijn aanbevelingen geformuleerd. Sommige aanbevelingen zijn voornamelijk bestemd voor docenten en lerarenopleiders die willen afstemmen met hun wiskunde- of natuurkunde-collega's, andere zijn vooral bestemd voor examenmakers of uitgevers, weer andere voor syllabus- of vernieuwingscommissies.</p><p>Het gaat om de volgende thema's&#58;</p><ol><li>rekenkundige en wiskundige vaardigheden in de onderbouw en bovenbouw</li><li>examenwerkwoorden</li><li>manipuleren van expressies</li><li>nauwkeurigheid en afronden</li><li>notaties</li><li>evenredigheid en verhoudingen </li><li>vectoren in de wiskunde en natuurkunde</li><li>hulpmiddelen</li></ol> <div data-canvas-width="213.94500000000002" style="left&#58;518.91px;top&#58;568.3px;font-family&#58;sans-serif;"> <span style="font-family&#58;arial,sans-serif;font-size&#58;10pt;">Sommige aanbevelingen zijn voornamelijk bestemd voor docenten en lerarenopleiders die willen afstemmen met hun wiskunde-of natuurkunde-collega's, andere zijn vooral bestemd voor examenmakers of uitgevers, weer andere voor syllabus- of vernieuwingscommissies</span><span class="ms-rteFontSize-2"><br></span></div><br><p class="MsoNormal"><br>&#160;</p><p>​</p>Pdf-bestand
Naar een leerplan gezonde leefstijl in onderbouw vo1367825-4-2018 13:56:0850htmlFalseaspxDeze handreiking ondersteunt coördinatoren gezonde leefstijl, schoolleiders en leraren om het onderwijs over een gezonde leefstijl van leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs (vo) in te richten. SLO Duiding2015Berend Brouwer;Ger van Mossel;Maaike Rodenboog<p>​Deze handreiking ondersteunt coördinatoren gezonde leefstijl, schoolleiders en leraren om het onderwijs over een gezonde leefstijl van leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs (vo) in te richten. Dat wordt gedaan door te richten op het gezamenlijk ontwerpen van een leerplan gezonde leefstijl door een ontwikkelteam binnen de school. Uitgangspunt binnen het ontwerpproces is het curriculaire spinnenweb. Na een toelichting op het spinnenweb worden drie manieren beschreven om met dit leerplankundige model om te gaan.</p><p>Scholen hebben de afgelopen jaren een groeiende belangstelling om een bijdrage te leveren aan een gezonde leefstijl bij leerlingen. Vanuit de Onderwijsagenda Sport, Bewegen en Gezonde Leefstijl in en rondom de school (PO-Raad, VO-raad &amp; MBO-Raad, 2012) worden scholen gestimuleerd om de gezonde leefstijl van hun leerlingen te bevorderen. Scholen zoeken naar manieren en maken keuzes uit allerlei leermaterialen om hun onderwijs daarop in te richten.SLO heeft daarom in opdracht van OCW een handreiking <em>Naar een leerplan gezonde leefstijl </em>ontwikkeld.</p><p>Deze handreiking ondersteunt coördinatoren gezonde leefstijl, schoolleiders en leraren om het onderwijs over een gezonde leefstijl van leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs (vo) in te richten. Dat wordt gedaan door te richten op het gezamenlijk ontwerpen van een leerplan gezonde leefstijl door een ontwikkelteam binnen de school.Doel daarbij is het maken van onderwijs vanuit een bepaald didactisch idee&#58; veranderen van gedrag in gezonde leefstijl bij leerlingen. De kunst is om met docenten, schoolleiding en personeel in gesprek te gaan over zowel het te ontwikkelen onderwijs als de gehele school als leeromgeving. </p><p>De instrumenten uit deze handreikingkunnen daarvoor gebruikt worden. Met deze handreiking kunnen scholen&#58;</p><ul><li>reflecteren op de huidige schoolsituatie; </li><li>hun visie formuleren op onderwijs over een gezonde leefstijl;</li><li>een samenhangend leerplan gezonde leefstijl ontwerpen;</li><li>een keuze maken uit en implementeren van leermaterialen over een gezonde leefstijl.</li></ul><p><br></p><p><br></p>Pdf-bestand
Monitoring en evaluatie invoering bètavernieuwing1367925-4-2018 13:56:0858htmlFalseaspxEvaluatie van de nieuwe examenprogramma's biologie, natuurkunde en scheikunde. In dit rapport de nulmeting onder docenten en leerlingen in schooljaar 2012/2013 Hierbij wordt een vergelijking gemaakt tussen de oude en de nieuwe examenprogramma's. SLO Duiding2014Berenice Michels;Lucia Bruning;Elvira Folmer;Wout Ottevanger<p>In de periode 2002 – 2010 hebben vakvernieuwingscommissies voor biologie, scheikunde en natuurkunde nieuwe conceptexamenprogramma's ontwikkeld en beproefd in examenpilots.Na een meerjarige evaluatie van de pilots zijn de nieuwe examenprogramma's voor biologie, natuurkunde, en scheikunde in schooljaar 2013-2014 ingevoerd in klas 4 van havo en vwo.<br>Dit interimrapport geeft de resultaten betreffende de nulmeting onder docenten en leerlingen in schooljaar 2012/2013 weer. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt tussen de oude en de nieuwe examenprogramma's. Daarnaast geeft de evaluatie antwoord op de vraag in hoeverre&#160;de beoogde bètavakvernieuwing (op het niveau van het geschreven curriculum) geïmplementeerd en gerealiseerd wordt in de onderwijspraktijk.<br></p> <p class="MsoNormal">Evaluatie van de invoering is één van de taakgebieden die in het invoeringsplan worden beschreven. De evaluatie heeft zowel een formatief als een summatief karakter. Tijdens het proces van invoering leveren evaluatieresultaten een bijdrage aan het bijstellen en verbeteren van invoeringsactiviteiten. Daarnaast geeft de evaluatie antwoord op de vraag in hoeverre scholen en docenten er in slagen vorm te geven aan de beoogde vernieuwing. De invoering van nieuwe examenprogramma's biologie, natuurkunde en scheikunde voor havo en vwo en de daarbij behorende syllabi vormen een belangrijke schakel in de beoogde bètavernieuwing. Scholen zijn verplicht om deze examenprogramma's en syllabi in te voeren. Scholen en docenten kunnen daarnaast bijdragen aan het realiseren van de achterliggende doelen van de bètavernieuwing door bij de invoering aandacht te geven aan de vier pijlers onder de bètavernieuwing&#58;</p><ul><li>(wetenschappelijke) actualiteit en relevantie,</li><li>werken met contexten en concepten,</li><li>afstemming en samenhang tussen de bètavakken,</li><li>aansluiting met het hoger onderwijs.</li></ul><p class="MsoNormal">De evaluatie richt zich naast de invoering van nieuwe examenprogramma's en bijbehorende syllabi ook op de genoemde vier pijlers onder de bètavernieuwing.</p><p><br>&#160;</p>Pdf-bestand
Leerplatform voor huiswerk en herhaling van leerstof2726925-4-2018 13:56:0815htmlFalseaspxSeneca is een leerplatform voor huiswerk en herhaling van leerstof, gebaseerd op inzichten uit de neuroewetenschappen SLO Duiding2018<p></p><h2>Wat Seneca biedt</h2><p>Het Engelse programma <a href="https&#58;//senecalearning.com/">Seneca</a> is een gratis leerplatform, gericht op huiswerk, oefening en herhaling van leerstof. Het claimt dat studenten er twee keer zo snel mee leren als met andere oefenmethoden, doordat het gebaseerd is op inzichten uit de neurowetenschappen. Seneca is vooral gericht op herhaling van leerstof, daardoor werkt het geen voorbeelden tot in detail uit. Ook blijft de oefenstof relatief context-arm. Het platform is bedoeld als aanvulling op het onderwijs op school.</p><h2>De leerstof</h2><p>De leerstof beslaat tal van vakken uit het Engelse GCSE-programma, waaronder biologie, natuurkunde en scheikunde. In het GCSE-programma komen die natuurwetenschappelijke vakken zelfstandig voor, maar ook als onderdeel van <em>Combined Science. </em>Alle varianten zijn uitgewerkt, zowel voor het <em>Foundation level </em>als voor het <em>Higher level</em>, voor elk van de Engelse <em>exam boards.&#160;&#160;</em></p><h2>Hoe het&#160;platform werkt</h2><p>Seneca is een adaptief systeem, het reageert op wat de leerling invult. Het werkt volgens de principes van <em>spaced learning </em>in combinatie met de <em>interleaving </em>van stof. Dit houdt in dat in de tijd die er zit tussen de oefeningen of herhalingen van leerstof A, leerstof B geoefend wordt. Ook werkt het programma veel met plaatjes, video's en diagrammen. Als gebruiker merk je dat Seneca zich aan deze principes houdt.&#160;&#160;</p><h2>Het gebruik van het platform</h2><p>Sceneca adviseert dat leerlingen het platform één keer in de twee weken gebruiken als aanvulling op het normale onderwijs. Leraren kunnen huiswerk opgeven (wat automatisch nagekeken wordt) of leerlingen kunnen zelf met het leersysteem aan de slag gaan. Het systeem is adaptief en zegt leraren tot in detail een analyse te kunnen geven van de bekwaamheid, betrokkenheid en prestatie van de leerlingen. Hoe de adaptiviteit precies werkt is niet te beoordelen, omdat Seneca geen inzicht geeft in zijn algoritmes.</p>Website
Evaluating the quality of inquiries2967825-4-2018 13:56:0819htmlFalseaspxOm leerlingen (in 5 vwo) te helpen bij het zelf-evalueren van de kwaliteit van door henzelf uitgevoerd onderzoek is het EQI-instrument ontwikkeld: rubrics, een cheklist en een memokaartje. In de praktijk is de bruikbaarheid en effectiviteit aangetoond.SLO Duiding2016<p>​Leerlingen in de bovenbouw van vwo zijn beginners in het evalueren van de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en validiteit (NBV) van hun onderzoeken in de betavakken. Als zij dit leren kunnen zij het procedureel inzicht vergroten in de 'sterkte' van de bewijsvoering binnen een onderzoek. Saskia van der Jagt heeft tijdens haar promotieonderzoek een instrument ontwikkeld om leerlingen de NBV te laten bewaken&#58; het EQI-instrument bestaat uit een NBV-(memo)kaartje, een checklist en een twaalftal rubrics met elk vijf niveaus. Zij beschrijft de ontwikkeling ervan via een aantal deelonderzoeken&#58; </p><ul><li>Welke aspecten ('concepts of evidence') zijn bruikbaar voor de evaluatie van NBV (hoofdstuk 2)?</li><li>Welke mate van complexiteit, detailleringen en algemene toepasbaarheid zijn verkieslijk (hoofdstuk 3)?</li><li>Hoe bruikbaar is het instrument (hoofdstuk 4)?</li><li>Welk ondersteunend onderwijsleerproces is nodig (hoofdstuk 5)?</li><li>Welke leeropbrengst levert het instrument op (hoofdstuk 6)?​</li></ul><div>In hoofdstuk 7 wordt gereflecteerd op het onderzoek, de uikomsten en consequenties. Op basis van de leeropbrengst kan gesteld worden dat leerlingen, met hulp van klasgenoten en docenten, de evaluatie van NBV in verschillende contexten met gebruik vabn het EQI-instrument kunnen uitvoeren. Het vergroten van de leeropbrengst door het zonder hulp gebruiken van het instrument is nog lastig voor de meeste leerlingen. Ook het meenemen van&#160; het geleerde van de ene onderzoekscontext naar de andere blijkt nog weinig op te treden.</div><div>​​</div><div></div><div>De materialen van het onderzoek (lesmodules en het uiteindelijke instrument)&#160;zijn te vinden via de link bij de Downloads.</div>Pdf-bestand
Visie op het bèta-curriculum3082525-4-2018 13:56:0827htmlFalseaspxZes bètaberoepsverenigingen pleiten in een gezamenlijke bijdrage voor een hoog niveau van onderwijs in de natuurwetenschap in po en vo, dat een nieuwsgierige en ondezoekende houding stimuleert en leerlingen voorbereidt op functioneren in maatschappij ...SLO Duiding​​Zes bètaberoepsverenigingen (KNCV, KWG, NIBI, NNV, NVON en NVW) pleiten in een gezamenlijke bijdrage voor een hoog niveau van onderwijs in de natuurwetenschap in po en vo, dat een nieuwsgierige en onderzoekende houding stimuleert en leerlingen voorbereidt op functioneren in maatschappij en beroep. Dat onderwijs moet samenhangend zijn door een goede afstemming tussen de vakken in examenprogramma's, leermiddelen en praktijk van leraren. Voor vernieuwing van het curriculum zijn doorlopende lijnen, randvoorwaarden en kwaliteitsborging van essentieel belang. De beroepsverenigingen zien daarin ook een rol voor zichzelf. In een overzicht worden de verschillen tussen de situatie van 2015 en die van de beoogde in 2032 op een rij gezet.​<br><br>Pdf-bestand
Kerndoelen Primair Onderwijs3082725-4-2018 13:56:0816htmlFalseaspxDe kerndoelen zijn streefdoelen die aangeven waarop basisscholen zich moeten richten bij de ontwikkeling van hun leerlingen. Scholen mogen zelf bepalen hoe de kerndoelen binnen bereik komen. SLO Duiding2006<p><span aria-hidden="true"></span>De kerndoelen zijn streefdoelen die aangeven waarop basisscholen zich moeten richten bij de ontwikkeling van hun leerlingen. Scholen mogen zelf bepalen hoe de kerndoelen binnen bereik komen. Kerndoelen zorgen ervoor dat kinderen zich in hun schoolperiode blijven ontwikkelen en ze garanderen bovendien een breed en gevarieerd onderwijsaanbod. Daarnaast dienen de kerndoelen als referentiekader voor (publieke) verantwoording. Er kan door dit kader beter worden vastgesteld of doelen wel of niet bereikt worden.</p><p>De kerndoelen gaan over de hoofdlijnen. Ze wordt elk leergebied voorafgegaan door een karakteristiek waarin staat waar het leergebied op hoofdlijnen over gaat en wat de essenties daarvan zijn. <br>In dit boekje treft u de karakteristieken per leergebied en de bijbehorende kerndoelen aan.</p><p>​</p>
Karakteristieken en kerndoelen. Onderbouw voortgezet onderwijs3084725-4-2018 13:56:0814htmlFalseaspxHet onderwijs in de onderbouw maakt deel uit van het funderend onderwijs (primair en voortgezet onderwijs). De onderbouw combineert het funderende karakter van het basisonderwijs met het oriënterende karakter van de eerste fase van het voortgezet ...SLO Duiding2016<p>​Het onderwijs in de onderbouw maakt deel uit van het funderend onderwijs (primair en voortgezet onderwijs).&#160;In de ontwikkelingsfase van leerlingen krijgt dit onderwijs een plaats tussen het 12e en het 14e jaar. De positie op deze twee dimensies bepaalt in belangrijke mate het eigene van deze fase van ontwikkeling. </p><p>Ten eerste is daar het perspectief van de leerling, het opgroeiende kind tussen 12 en 14 jaar. Jongeren ontwikkelen zich in deze fase vaak snel en soms ook schoksgewijs. Het is bij uitstek een fase van ontdekken van je talenten en je mogelijkheden voor verdere ontwikkeling. </p><p>Het tweede perspectief is dat vanuit het stelsel. De onderbouw combineert het funderende karakter van het basisonderwijs met het oriënterende karakter van de eerste fase van het voortgezet onderwijs. Inhoudelijk gaat het om basiskennis en -vaardigheden die de samenleving voor alle leerlingen van belang vindt voor een goed maatschappelijk functioneren, nu en later. Deze inhoud wordt daarom vastgelegd in de kerndoelen voor de onderbouw. Daarnaast is in het stelsel als geheel de onderbouw bij uitstek een periode van oriëntatie en keuze&#58; de laatste periode waarin leerlingen nog mogelijkheden hebben om zonder al te grote problemen over te schakelen naar een ander schooltype of naar een andere leerweg. </p><p>In de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn ze bezig met keuzes die van invloed zijn op hun verdere (school)loopbaan.​</p>